Deze blog is geschreven door Tom Hemmes. Tom werkt als Accountmanager bij Vicrea en adviseert al jaren specialisten, architecten en beleidsmakers op het gebied van geo-basisregistraties. Vanuit de dagelijkse praktijk ziet hij de belemmeringen en de kansen voor een integrale objectenregistratie.

Integrale objectenregistratie is niet alleen maar een technische exercitie

Binnen veel gemeenten is de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in koppelingen tussen systemen. BAG, BGT en WOZ en BOR worden met elkaar verbonden, gegevens worden uitgewisseld en processen sluiten op papier steeds beter op elkaar aan. Dat heeft veel gebracht. Toch blijft de praktijk vaak weerbarstig. 

Inconsistenties, dubbel werk en vertragingen in de mutatieverwerking blijven bestaan. Niet omdat gemeenten hun werk niet goed doen, maar omdat registraties historisch zijn ontstaan vanuit verschillende doelen, processen en vakgebieden. Daardoor wordt informatie in de praktijk vaak niet alleen in de basis- en kernregistraties bijgehouden, maar ook in aanvullende oplossingen en eigen werkwijzen. Denk aan CAD-bestanden, systemen zoals Way2Go of aparte registraties voor bijvoorbeeld lichtmasten en allerlei lokale Excel-lijstjes die naast de officiële registraties worden bijgehouden. 

In de praktijk zien we dat dit vrijwel altijd leidt tot extra beheerlast, dubbel werk en verschillen in vastlegging tussen systemen en processen. 

De kern van het probleem is niet alleen technisch. Koppelingen lossen een deel van de problemen rondom gegevensuitwisseling op. Maar de onderliggende versnippering in processen, verantwoordelijkheden, definities en het ‘langs elkaar heen werken’ zorgen voor de meeste verschillen. Zolang objectinformatie vanuit verschillende perspectieven los van elkaar wordt beheerd, ingewonnen en gecontroleerd, blijft afstemming noodzakelijk. En waar veel afstemming nodig is, ontstaan ook sneller fouten, vertragingen en interpretatieverschillen. 

Common Ground, basisregistraties en integrale objectregistratie: geen tegenstelling, maar samenhang

Common Ground gaat uit van het principe dat gegevens zoveel mogelijk bij de bron worden gebruikt. Een integrale objectenaanpak sluit daar goed op aan, maar kijkt nadrukkelijk naar de samenhang tussen objectgegevens uit verschillende basisregistraties. Tegelijkertijd blijven authentieke gegevens juridisch verbonden aan hun eigen basisregistratie, inclusief bronhouderschap, verplicht gebruik en terugmeldprocessen. 

Een integrale objectenregistratie is daarom niet bedoeld als vervanging van bestaande basisregistraties, maar juist als manier om deze registraties vanuit één gedeeld objectbeeld op te bouwen en te beheren. Daardoor worden verschillen sneller zichtbaar, neemt de kans op interpretatieverschillen af en kan de kwaliteit van afzonderlijke basisregistraties juist verbeteren. 

Geonovum beschrijft integraal objectbeheer binnen de IBRO als een registratie waarin gegevens worden vastgelegd over gesynchroniseerde objecten uit BAG, BGT en WOZ. Het conceptueel informatiemodel vormt daarbij de basis voor logische gegevensmodellen en ondersteunt het in samenhang modelleren van objecten. Daarmee wordt duidelijk dat de integrale objectenregistratie niet bedoeld is als losse kopie van bestaande registraties, maar als een manier om objectinformatie slimmer en consistenter met elkaar te verbinden. 

De meerwaarde hiervan zit onder andere in: 

  • Eén gedeeld objectbeeld 
  • Minder interpretatieverschillen 
  • Minder verlies van informatie 
  • Eenvoudiger signaalgericht werken 
  • Meer samenhang tussen processen en registraties 

De beweging naar integrale objectenregistratie draait niet om “nog een koppeling erbij”

De echte verandering is dat het object zelf centraal komt te staan. 

Dat klinkt logisch, maar vraagt in de praktijk om een flinke omslag. Een gebouw wordt in de BAG, BGT en WOZ vanuit verschillende doelen bekeken: als adres- of gebouwobject, als topografisch object en als onderdeel van waardering en objectafbakening. 

Al die perspectieven zijn waardevol. Het probleem ontstaat pas wanneer ze los van elkaar worden behandeld. Dan wordt dezelfde werkelijkheid meerdere keren geïnterpreteerd, vastgelegd en gecontroleerd. Met in elke stap kans op verschillen en verlies van informatie. 

Een integrale objectenregistratie betekent dus niet dat alle perspectieven moeten verdwijnen. Het betekent dat gemeenten slimmer moeten organiseren hoe signalen, mutaties en controles doorwerken naar de verschillende registraties. Het doel is niet één groot compromis, maar één samenhangende manier van werken. 

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over integrale objectenregistratie

Managers en teamleiders moeten nu al voorsorteren

De transitie naar een integrale objectenregistratie vraagt om keuzes op managementniveau. Hoe organiseer je eigenaarschap? Wie beoordeelt welke signalen? Hoe voorkom je dat BAG, BGT en WOZ elk afzonderlijk hun eigen waarheid blijven beheren? En hoe richt je processen zo in dat één mutatie niet op drie plekken opnieuw hoeft te worden geïnterpreteerd? 

Dit betekent dat managers en teamleiders nu al moeten voorsorteren. Niet door bestaande teams simpelweg samen te voegen, maar door kritisch te kijken naar de manier waarop werkzaamheden zijn georganiseerd. 

Vanuit de praktijk zie ik dat gemeenten hierin verschillende keuzes maken. Sommige gemeenten omarmen nu al de gedachte achter SOR en IBRO en werken met multidisciplinaire teams waarin objectenbeheerders een bredere rol krijgen. Andere gemeenten kiezen voor tussenstappen, bijvoorbeeld door BAG-WOZ, BAG-BGT of specifieke onderdelen van de registraties nauwer met elkaar te verbinden. 

Die verschillen zijn logisch. Niet elke gemeente heeft dezelfde schaal, dezelfde organisatievorm of dezelfde mate van uitbesteding, veel gemeenten doen bijvoorbeeld niet zelf hun WOZ-registratie. 

De richting is wel duidelijk. Wie integrale objectregistratie serieus neemt, moet niet alleen naar applicaties kijken, maar vooral naar processen, rollen en verantwoordelijkheden. 

 

Meer inzicht creëren met een workshop integrale objectenregistratie

Onze ervaring met het organiseren van SOR-workshops bij gemeenten is dat er, ondanks een integrale manier van samenwerken, nog veel winst te behalen is. Verschillen in perspectieven, definities en processen tussen BAG, BGT en WOZ blijven in de praktijk namelijk een grote rol spelen. 

Inzichten die vaak terugkomen tijdens deze sessies: 

  • Versnipperde data tussen BAG, BGT en WOZ 
  • Beperkt inzicht in waar inconsistenties en procesproblemen ontstaan 
  • Samenwerking die in de praktijk minder goed werkt dan vooraf gedacht 
  • Onduidelijkheid over eigenaarschap 

Workshop Integrale Objectenregistratie aanvragen

De eerste stap naar een integrale objectenregistratie is daarom niet technisch, maar organisatorisch. Het begint met inzicht, waar zitten inefficiënties in processen, waar ontstaan verschillen en inconsistenties en waar lopen teams organisatorisch tegenaan? 

Veel organisaties hebben inmiddels een beeld bij een integrale objectenregistratie, maar de concrete knelpunten zijn vaak nog onvoldoende scherp. Vicrea helpt dit inzichtelijk te maken door het organiseren van interactieve sessies waarin processen, rollen en knelpunten gezamenlijk in kaart worden gebracht. 

Benieuwd waar binnen jouw organisatie de grootste verbeterkansen liggen? We bieden gerichte workshops aan waarin we samen inzicht creëren en concrete vervolgstappen bepalen. Neem gerust contact op om de mogelijkheden te bespreken. 

 

Van BAG/BGT/WOZ-beheerder naar objectbeheerder

Een belangrijke verschuiving is die in rollen. Waar nu vaak nog per registratie wordt gewerkt, verschuift de focus naar het object zelf.

De beheerder van de toekomst kijkt niet alleen naar BAG, BGT of WOZ, maar naar het totale object en alle bijbehorende informatie. Dat vraagt om bredere kennis, maar vooral om een andere manier van denken en samenwerken.

Ketenpartijen worden belangrijker

Een integrale aanpak stopt niet bij de grenzen van de gemeentelijke organisatie. Juist ketenpartijen worden belangrijker. Denk aan landmeters, aannemers, nutsbedrijven, omgevingsdiensten, belastingsamenwerkingen, waterschappen en andere overheden. Zij leveren signalen, veroorzaken mutaties of gebruiken objectinformatie in hun eigen processen.

De rol van objectbeheer verschuift daardoor steeds meer naar signaalgericht werken. Er komt steeds meer informatie beschikbaar uit vergunningen, luchtfoto’s, terreinmetingen, meldingen en andere bronnen. Tegelijkertijd nemen de mogelijkheden voor automatisering toe. Dat betekent niet dat de beheerder verdwijnt. Integendeel, de beheerder wordt juist belangrijker als beoordelaar van kwaliteit, samenhang en uitzonderingen.

Koppelen blijft nodig, maar is niet genoeg

Koppelingen blijven belangrijk. Zonder gegevensuitwisseling kom je nergens. Maar koppelingen zijn geen einddoel.

Een koppeling kan gegevens doorgeven, maar bepaalt niet automatisch welke registratie leidend is, hoe een signaal wordt beoordeeld, wie verantwoordelijk is voor de mutatie of hoe conflicterende informatie wordt opgelost. Daarvoor is een integrale werkwijze nodig.

De echte winst zit in het verminderen van herhaling. Eén signaal. Eén beoordeling. Eén samenhangende verwerking. Daarna kunnen de verschillende processen vanuit hun eigen perspectief op basis van dezelfde waarheid plaatsvinden.

 

Neem contact op

Tom Hemmes, Vicrea, Accountmanager, Neuron BAG
Tom Hemmes

Accountmanager