Lokale overheden voelen het al langer. De manier waarop we geo-informatie organiseren begint te wringen. BAG, BGT en WOZ functioneren ieder goed op zichzelf, maar in de praktijk ontstaan fricties op de grenzen tussen deze registraties. Denk aan dubbele invoer, overdrachten tussen teams en een sterke afhankelijkheid van specialistische kennis. 

Een verbouwing die in de BAG wordt verwerkt, vraagt bijvoorbeeld vaak ook om een aanpassing in de BGT en kan gevolgen hebben voor de WOZ. Hoewel het om hetzelfde object gaat, verloopt de verwerking vaak via verschillende processen, systemen en medewerkers. Dat kost tijd, vergroot de kans op fouten en maakt organisaties afhankelijk van specifieke kennis. 

De vraag is alleen, wanneer is de markt echt klaar voor de volgende stap? En misschien nog belangrijker, waar merk je dat aan?

Van ambitie naar uitvoerbaarheid

Die verschuiving is inmiddels duidelijk zichtbaar. Waar het gesprek voorheen vooral ging over ambitie, “we moeten toe naar meer samenhang”, ligt de focus nu op uitvoerbaarheid. Lokale overheden accepteren de complexiteit van het huidige model niet langer als gegeven, maar zoeken naar manieren om processen concreet te vereenvoudigen. 

  1. Gemeenten organiseren steeds meer rondom het object
    Die beweging is zichtbaar binnen organisaties zelf. Processen worden tegen het licht gehouden, teams anders ingericht en er ontstaat meer focus op samenhang rondom het object. Zo zien we dat gemeenten BAG, BGT en WOZ organisatorisch dichter bij elkaar brengen. Daarmee komt de basis vrij om ook de ondersteunende systemen anders te organiseren.
  2. Technologie maakt vereenvoudiging haalbaar
    Tegelijkertijd is de technologische context fundamenteel veranderd. Automatisering en AI maken het mogelijk om processen anders in te richten, sneller, consistenter en met minder handmatige stappen.
    Denk bijvoorbeeld aan het automatisch signaleren van mutaties, het ondersteunen van kwaliteitscontroles of het voorbereiden van registratiewijzigingen op basis van beschikbare gegevens. Waar medewerkers voorheen veel tijd kwijt waren aan controles, overdrachten en administratieve handelingen, kan technologie steeds meer ondersteunen in het proces.
    Niet alleen verbetert dit de kwaliteit, het drukt ook de uitvoeringskosten. Wat eerder complex en kostbaar was, wordt daarmee praktisch haalbaar.
  3. Specialistische capaciteit staat onder druk
    De urgentie neemt bovendien toe. Overheden hebben steeds meer moeite om specialistische geo- en domeinkennis aan te trekken en te behouden. Processen die afhankelijk zijn van een kleine groep experts zijn kwetsbaar en lastig schaalbaar.
    Wanneer kennis over BAG-, BGT- of WOZ-processen verspreid zit over verschillende afdelingen of zelfs bij individuele medewerkers, ontstaat een risico voor de continuïteit. Vereenvoudiging is daarmee geen ambitie meer, maar een noodzaak.
  4. Standaarden en kaders worden steeds duidelijker 
    Ook de kaders worden duidelijker. Centrale sturing neemt toe en er ontstaan steeds meer gedeelde informatiemodellen en standaardprocessen.
    Initiatieven zoals Mercator laten zien dat de beweging richting objectgericht werken niet langer alleen lokaal wordt gedragen. De betrokkenheid van partijen als VNG en Geonovum onderstreept dat er steeds meer consensus ontstaat over de richting waarin gemeenten zich ontwikkelen. Dat verlaagt de drempel om als organisatie daadwerkelijk te bewegen. 

Eenvoud als sleutel tot beweging

De volgende stap zit niet in nog complexere systemen binnen bestaande kaders, maar in een andere manier van werken. Niet de registratie staat centraal, maar het object en het proces eromheen.

Dat betekent werken vanuit één integraal beeld van het object en van daaruit de doorvertaling maken naar BAG, BGT en WOZ. Niet drie processen die op elkaar aansluiten, maar één logisch proces dat doorloopt.

Een wijziging aan een pand, een nieuwe aanbouw of een gesplitst perceel vormt daarbij het startpunt. Vanuit dat ene signaal wordt bepaald welke registraties moeten worden bijgewerkt. Dat voorkomt onnodige overdrachten en vermindert de kans op verschillen tussen registraties.

Daarvoor is andere software nodig. Geen oplossingen die primair zijn ingericht op afzonderlijke registraties, maar software die processen centraal stelt, van signaal tot mutatie. Software die begrijpelijk is voor de medewerker die ermee werkt en die de complexiteit onder de motorkap houdt.

Wat kan je vandaag al doen als bronhouder?

Een eerste stap is het in kaart brengen van hoe processen nu echt lopen. Niet vanuit systemen, maar vanuit de praktijk.

Waar ontstaan signalen? Hoe bewegen ze door de organisatie? Waar zitten overdrachtsmomenten, wachttijden en handmatige controles?

Kijk bijvoorbeeld eens naar een veelvoorkomende mutatie, zoals een vergunning voor een aanbouw. Hoeveel medewerkers raken dat proces? Hoe vaak wordt dezelfde informatie opnieuw vastgelegd? En hoeveel controles zijn nodig voordat de wijziging volledig is verwerkt in BAG, BGT en WOZ?

Dat inzicht maakt direct zichtbaar waar complexiteit zit en waar vereenvoudiging mogelijk is.

Van daaruit kun je gericht kleine stappen zetten. Bijvoorbeeld door één proces centraal te organiseren, of door ondersteuning te introduceren die bestaande werkwijzen vereenvoudigt zonder direct alles te vervangen. Juist een aanpak die naast bestaande systemen kan bestaan, maakt het mogelijk om beheersbaar te bewegen en gaandeweg toe te werken naar een nieuwe situatie.

Workshop Integrale Objectenregistratie

Gebruik de workshop als praktische eerste stap om BAG-, BGT- en WOZ-teams samen te brengen en vervolgstappen richting integrale objectregistratie te bepalen.

Voor: betrokken collega’s rondom BAG, BGT en WOZ

  • Inzicht in de huidige situatie en knelpunten
  • Concrete vervolgstappen richting integraal objectbeheer

Workshop bekijken

Wanneer is de markt echt klaar? 

De markt is klaar omdat de condities er zijn. Organisaties bewegen, technologie maakt het haalbaar, de urgentie groeit en de kaders worden duidelijker. 

De grootste uitdaging voor gemeenten ligt daarbij steeds minder in de kwaliteit van afzonderlijke registraties. Die kwaliteit is de afgelopen jaren sterk verbeterd. De uitdaging verschuift naar de samenhang tussen registraties en de efficiëntie van de processen daaromheen. 

De vraag voor bronhouders is daarmee veranderd. Niet óf je deze stap zet, maar hoe je deze stap zet. 

Benieuwd hoe andere organisaties dit aanpakken of waar jullie staan? Het gesprek daarover levert vaak al de eerste inzichten op. 

 

Meer weten over integrale objectregistratie?

 

Afbeelding roderick duinker
Roderick Duinker

Teamlead product management